Indien tijdens een artroscopische spoeling of kijkoperatie kraakbeenschade wordt vastgesteld, zal dit steeds aan de patiënt worden meegedeeld en besproken worden.
Men ziet kraakbeenschade of artrose vooral vanaf een leeftijd van 50 jaar, maar er doen zich ook vaak kraakbeenletsels voor bij jongeren, al dan niet veroorzaakt door het sporten. Soms kan het probleem ook optreden bij niet-actieve personen door een slechte aanleg van kraakbeen (genetische oorzaak).

Wij onderscheiden 4 stadia van kraakbeenschade:

  • Vooraf zachter worden van het kraakbeen; indrukbaar
  • Stadium I: fibrilaties of oppervlakkige loslating schilfers kraakbeen
  • Stadium II: diepere letsel van <50% van de dikte van het kraakbeen
  • Stadium III: diepe kraakbeenletsel van >50% dikte van het kraakbeen
  • Stadium IV: afwezigheid van kraakbeen

Bij aanwezigheid van kraakbeenletsels zal er steeds een verdere evolutie of deterioratie optreden afhankelijk van de belasting. Dergelijke letsels dienen soms preventief aangepakt te worden om vroegtijdige artrose te vermijden.

Een aantal opties kunnen overwogen worden afhankelijk van het stadium en de uitgebreidheid van het letsel en de leeftijd van de patiënt. Kort samengevat kan men volgende therapieën toepassen bij kraakbeenletsel ter hoogte van de knie.

1/ Artroscopische spoelingen

Hierbij worden alle losse fragmenten van het kraakbeen verwijderd en de eventuele meniscusscheuren weggenomen (debridement). Bij kraakbeenletsels tussen stadium II en III kan een dergelijke nettoyage zeker een verbetering geven van de klachten. Dergelijke ingrepen kunnen in dagziekenhuis uitgevoerd worden en vergen een revalidatie van een 4-tal weken.

2/ Hyaluronzuur infiltraties

Die ‘voedingsstoffen voor het kraakbeen’ of soms gekend onder de naam van ‘gelspuiten’ kunnen een beter herstel van het kraakbeenletsel bewerkstelligen nadat de losse fragmenten via een kijkoperatie verwijderd werden. Er zal echter nooit een perfecte kwaliteit bekomen worden ter hoogte van de letsels maar het herstel verloopt beter. Het defect vult zich op met een weefsel gelijkend op kraakbeen, maar zeker niet identiek of met dezelfde elastische kenmerken van normaal kraakbeen. Dergelijke infiltraties (2-tal) in de knie zijn vanaf heden betaalbaar geworden (70 € per keer bij dubbele dosis).
Sommige hospitalisatieverzekeringen betalen dergelijke gelinfiltraties terug. Wij zorgen dan voor de nodige papieren.

Dergelijke infiltraties hebben hun maximaal effect wanneer een goede beweeglijkheid bekomen is en als de knie geen vochtproductie meer vertoont. Meestal is dit 4-5 weken na de kijkoperatie. Tijdens deze behandelingsperiode is het wel beter om geen grote sportinspanningen te verrichten om zo geen extra vochtproductie in de knie te veroorzaken.

3/ Valgiserende of variserende osteotomie

Dergelijke techniek wordt toegepast bij patiënten < 70 jaar met beperkte kraakbeenschade (stadium II, III) en schade in slechts 1 kniecompartiment.  Het doel  van deze ingreep is om het beschadigde deel in de knie te ontlasten. De arts zal bepalen of u in aanmerking komt voor dergelijke ingreep en zal alles bespreken. De revalidatie verloopt vlot, zonder zonder al te veel pijn en met steunname na een 2-tal weken.

Vooraf wordt bepaald hoeveel graden uw beenas moet gecorrigeerd worden om het beschadigde deel van uw knie voldoende te ontlasten. Deze correctie kan zowel in uw onderbeen als in uw bovenbeen uitgevoerd worden en deze wordt gefixeerd met een plaat en vijzen zodat een onmiddellijk mobilisatie mogelijk is. Ook bij knieschijfslijtage kan uw knieschijf extra ontlast worden via een Fulkerson osteotomie. Dergelijke ingrepen worden dikwijls gecombineerd met kraakbeentransplantaties.

De gouden regel blijft dat eerst de beenas correct moet zijn, vooraleer ligamentaire reconstructies en meniscus reconstructies nuttig zijn en dan in laatste fase kraakbeentransplantatie mogelijk zijn.

4/ Kraakbeentransplantaties

Momenteel is men nog volop bezig met het optimaliseren van de technieken en met het uitvoeren van experimentele studies. Sedert 1995 voert men dergelijke operaties uit (Hangodi) en sinds 1998 ook op onze dienst. Wij opteren nog voor de mosaïcplastie waarbij cilinders kraakbeen worden getransplanteerd in het kraakbeendefect.
Alleen stadium IV letsels komen hiervoor in aanmerking; uitzonderlijk ook stadium III letsels.
Dergelijke mosaïcplastie kan gebeuren met zowel eigen kraakbeen (autoloog) als met donorkraakbeen (heteroloog).  Eigen kraakbeen kan genomen worden vanuit de knieschijfgroef wanneer slechts een beperkte hoeveelheid nodig is, aangezien men nadien geen hinder ondervindt ter hoogte van de prelevatieplaats.Bij een te groot defect of bij knieschijfproblemen wordt de voorkeur gegeven aan donorkraakbeen, aangezien men ook geen afstoting kan hebben. Bovendien kan men het kraakbeen nemen vanuit dezelfde zone van de donor en kan men zorgen dat het donorkraakbeen “jonger” is dan de patiënt (acceptor). Op heden gebruiken we zo groot mogelijke diameter (> 8mm) voor cilinders.

Algemeen gesproken zal men een kraakbeentransplantatie (kunnen) uitvoeren bij jonge patiënten van Voor de enkel zijn de resultaten het minst.

Globaal genomen ziet men een terugkeer op hetzelfde sportniveau in 64% van de gevallen.
Dergelijke kraakbeentransplantaties kunnen uitgevoerd worden thv. de knie, de enkel, de elleboog en eventueel in de heup.

Een andere techniek Autologe Chondrocyt transplantatie (ACT) waarbij eigen levende kraakbeencellen teruggeplaatst worden in het defect. De experimenten (Tigenix ®) waren begonnen in 2000 en wegens de goede resultaten na 10 jaar follow up werd er door het RIZIV een terugbetaling voorzien vanaf 2011. Terugbetaling was mogelijk als de patiënt voldeed aan bepaalde voorwaarden: < 50 jaar, letsel < 3jaar oud, grootte van het defect tussen 2,5 – 5 cm2, geen andere artrose aanwezig en alleen letsel ter hoogte van de femurcondyl.

Sedert 2012 had onze dienst orthopedie ook de erkenning gekregen om dergelijke ingrepen uit te voeren gezien onze lange ervaring met kraakbeenbehandelingen. De procedure gebeurt wel in 2 fasen: eerst wordt er via een kijkoperatie eigen kraakbeencellen weggenomen vanuit de knieschijfgoot (een niet belast deel van de knie). Na 9-13 weken kweek worden de 4-8 miljoen levende kraakbeencellen teruggeplaatst in en onder een membraan dat gehecht wordt in het defect. Deze 2e ingreep gebeurt wel via een open procedure (arthrotomie). Elke patiënt heeft een geïndividualiseerd revalidatieschema nadien.

Spijtig genoeg heeft het RIZIV de terugbetaling (tijdelijk?) opgeschort sedert september 2015 en kost dergelijke procedure nu 17.000 EUR (ev. bij arbeidsongevallen te gebruiken).
Sedert november 2016 heeft de firma ook besloten om deze techniek van de markt te halen. Er is nog een gelijkaardige techniek op de markt, nl. CartiONE™ waarbij eigen kraakbeencellen direct ingebed worden op een membraan en in 1 tijd (zelfde ingreep) teruggeplaatst worden. Deze techniek kost ± 7000 euro.

Indien de kraakbeenletsels elders gelokaliseerd zijn, kunnen we nog altijd gebruik maken van de mosaïcplastie met goede resultaten.

Anderzijds zijn er voor oppervlakkige kraakbeenletsels verscheidene membranen/scaffolds beschikbaar om eigen geconcentreerde stamcellen of bloedplaatjes (PRP) in het kraakbeendefect te concentreren en vast te houden, waaruit dan nieuw kraakbeen kan ontstaan vb. HyaloFast®, BST-CarGel®, heterologe collageen I membraan, Chondro-Gide®, MaioRegen ™ (4mm) …Dergelijke scaffolds zijn niet terugbetaald door het ziekenfonds en variëren in prijs van €200 – €3000. Ook ‘pasta’s met allogreffen of donorkraakbeen zijn beschikbaar, vb. Biocartilage® (€3000).

Voor diepere kraakbeenletsels waarbij ook het subchondraal bot is aangetast is er eveneens een speciale scaffold beschikbaar (MaioRegen™ 6mm: €2250) naast de reeds besproken mosaïcplastie.

Deze prijzen kunnen nog variëren in de toekomst, maar zijn de prijzen op heden die de producerende firma’s aanrekenen voor hun product.

De ingreep van de chirurg in onze dienst is volledig terugbetaald door het ziekenfonds.

Deze technieken zijn allen toepasbaar in knie-, enkel- en ev. ellebooggewricht.

Alles kan met uw chirurg overlegd worden om tot de beste optie te komen voor uw specifiek letsel in knie- of enkelgewricht. Soms moeten gecombineerde ingrepen uitgevoerd worden want kraakbeenreconstructies worden pas uitgevoerd als er een goede beenas is (ev. correctieve osteotomie, zie boven) en als er een stabiele knie is (ev. kruisbandreconstructies, zie verder) en na meniscustherapie.

Er zijn dus heel wat mogelijkheden en combinatiemogelijkheden om een kraakbeendefect op te lossen en om zo een gedeeltelijke of totale knieprothese een 10-15 jaar uit te stellen.

De voor- en nadelen worden uitgebreid met u besproken en de patiënt kiest dan uiteindelijk zelf voor de beste ingreep. Sommigen slaan deze reconstructies over en opteren onmiddellijk voor een prothese.